Posts tonen met het label Moderne kunststromingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Moderne kunststromingen. Alle posts tonen

vrijdag 24 april 2020

Iconoclasme

KUNSTTERMEN | Iconoclasme: 

Wanneer kunst en beelden ter discussie worden gesteld

Waar komt de term iconoclasme vandaan

Binnen de kunstgeschiedenis komen we regelmatig de term iconoclasme tegen. Het woord is afkomstig uit het Grieks en betekent letterlijk het vernietigen of afbreken van beelden. Oorspronkelijk had de term vooral betrekking op religieuze afbeeldingen en beelden die door bepaalde groepen als ongewenst of zelfs verboden werden beschouwd.

Door de eeuwen heen heeft de betekenis van iconoclasme zich verbreed. Tegenwoordig wordt het begrip niet alleen gebruikt voor het daadwerkelijk vernietigen van kunstwerken, maar ook voor het afwijzen van bestaande culturele, religieuze of artistieke symbolen. Het gaat daarbij vaak om de overtuiging dat oude beelden, ideeën of tradities plaats moeten maken voor nieuwe inzichten.

Daardoor heeft iconoclasme niet alleen een religieuze, maar ook een politieke, maatschappelijke en artistieke betekenis gekregen.

De oorsprong van de beeldenstrijd

De bekendste historische vorm van iconoclasme vinden we in religieuze conflicten. In verschillende perioden van de geschiedenis ontstonden bewegingen die vonden dat religieuze afbeeldingen niet thuishoorden in de eredienst.

Sommige gelovigen waren van mening dat het vereren van beelden neerkwam op afgoderij. Zij zagen schilderijen, standbeelden en iconen als een bedreiging voor de zuivere geloofsbeleving. Dit leidde soms tot grootschalige vernietiging van kunstwerken.

Een van de bekendste voorbeelden in de Lage Landen is de Beeldenstorm van 1566. Tijdens deze periode werden talloze beelden, schilderijen, altaarstukken en kerkelijke versieringen vernield. Wat voor de ene groep heilige kunst was, werd door de andere groep gezien als een symbool van een verkeerd geloofssysteem.

Deze gebeurtenissen hebben een blijvende invloed gehad op de kunstgeschiedenis van Nederland en Vlaanderen.

Meer dan alleen religie

Hoewel iconoclasme vaak wordt geassocieerd met religieuze conflicten, beperkt het verschijnsel zich daar niet toe. Ook politieke en maatschappelijke veranderingen kunnen leiden tot een vorm van beeldenstorm.

Wanneer een samenleving haar waarden heroverweegt, kunnen standbeelden, monumenten en andere symbolen van het verleden onderwerp van discussie worden. Personen die vroeger als helden werden beschouwd, kunnen later kritisch worden bekeken vanwege hun gedrag, politieke keuzes of maatschappelijke opvattingen.

Hierdoor ontstaat soms de vraag of bepaalde monumenten nog wel een plaats verdienen in de openbare ruimte.

Moderne vormen van iconoclasme

Ook in de moderne tijd zien we voorbeelden van iconoclasme. In verschillende landen zijn standbeelden verwijderd, verplaatst of aangepast omdat zij niet meer aansluiten bij hedendaagse opvattingen.

Een bekend voorbeeld vinden we in de zuidelijke staten van de Verenigde Staten. Daar ontstond discussie over monumenten die waren opgericht ter herinnering aan strijders uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Voor sommige mensen vormen deze beelden een belangrijk onderdeel van de geschiedenis. Voor anderen symboliseren zij onderdrukking, ongelijkheid of een problematisch verleden.

Dergelijke discussies laten zien dat iconoclasme niet alleen gaat over kunstwerken zelf, maar ook over de betekenis die mensen eraan toekennen.

Iconoclasme binnen de kunstwereld

Het begrip iconoclasme heeft ook een plaats gekregen binnen de moderne kunst. Sommige kunstenaars en kunststromingen keerden zich bewust tegen bestaande tradities en artistieke normen.

Een van de bekendste voorbeelden is het dadaïsme. Deze kunststroming ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog en verzette zich tegen vrijwel alles wat als traditioneel, logisch of vanzelfsprekend werd beschouwd.

De dadaïsten vonden dat de bestaande cultuur had gefaald. Volgens hen had juist die cultuur geleid tot oorlog, geweld en maatschappelijke ontwrichting. Daarom wilden zij breken met alle gevestigde artistieke regels.

Hun werk kan worden gezien als een vorm van cultureel iconoclasme. Niet omdat zij religieuze beelden wilden vernietigen, maar omdat zij de bestaande opvattingen over kunst radicaal afwezen.

Vernieuwing door afwijzing

Iconoclasme wordt vaak geassocieerd met vernietiging, maar het heeft ook een andere kant. Het afwijzen van bestaande ideeën kan namelijk ruimte scheppen voor vernieuwing.

Veel belangrijke kunststromingen zijn ontstaan doordat kunstenaars zich verzetten tegen wat daarvoor gebruikelijk was. Impressionisten, expressionisten, kubisten en dadaïsten keerden zich allemaal in meer of mindere mate tegen bestaande normen.

Daardoor kan iconoclasme worden gezien als een kracht die veranderingen in gang zet. Het roept vragen op over wat waardevol is, wat behouden moet blijven en wat misschien opnieuw bekeken moet worden.

De blijvende betekenis van iconoclasme

Het iconoclasme laat zien dat kunst nooit volledig losstaat van de samenleving. Beelden, monumenten en kunstwerken dragen betekenissen met zich mee die kunnen veranderen naarmate de tijd verstrijkt.

Of het nu gaat om religieuze afbeeldingen, politieke monumenten of artistieke tradities, steeds opnieuw ontstaat de vraag welke rol deze symbolen spelen in het heden. Juist daarom blijft iconoclasme een actueel onderwerp binnen de kunstgeschiedenis en het maatschappelijke debat.


Kunstenaars

Stromingen en richtingen

Overige begrippen en termen

Kunstenaarsgereedschappen

Kunstenaarsmaterialen

korte berichten, nieuwe kunst etc


 LEES JIJ JETJE'S DAG OOK AL?


 

Waar kunstenaars zich thuis voelen

donderdag 9 april 2020

Rayonisme

KUNSTSTROMINGEN | Rayonisme: 


De Russische zoektocht naar beweging en licht


Een kleine maar opvallende kunststroming

Het rayonisme was een Russische kunststroming die ontstond aan het begin van de twintigste eeuw. Hoewel de beweging slechts een beperkte invloed heeft gehad op de internationale kunstwereld, vormt zij een interessante schakel tussen verschillende moderne kunststromingen. Het rayonisme combineerde invloeden uit het futurisme, het kubisme en het orfisme en probeerde een geheel nieuwe manier te vinden om beweging en energie zichtbaar te maken.

De naam rayonisme is afgeleid van het Franse woord rayon, dat straal betekent. Die stralen vormden het belangrijkste kenmerk van de stijl. De kunstenaars probeerden niet zozeer objecten zelf af te beelden, maar de lichtstralen en energieën die van die objecten uitgingen of erop weerkaatsten.

Daardoor ontstonden schilderijen die vaak sterk abstract aandoen en waarin diagonale lijnen een hoofdrol spelen.

De grondleggers van het rayonisme

De belangrijkste vertegenwoordigers van het rayonisme waren Mikhail Larionov en Natalia Goncharova.

Beide kunstenaars behoorden tot de Russische avant-garde en stonden open voor nieuwe ontwikkelingen binnen de Europese kunst. Zij bestudeerden het werk van futuristen, kubisten en andere vernieuwers, maar wilden tegelijkertijd een eigen artistieke richting ontwikkelen.

Larionov en Goncharova waren ervan overtuigd dat de traditionele schilderkunst te veel gericht was op de zichtbare werkelijkheid. Volgens hen moest kunst niet alleen tonen wat het oog ziet, maar ook de energie, beweging en dynamiek die achter de zichtbare wereld schuilgaan.

Het rayonisme werd hun poging om deze ideeën vorm te geven.

Invloeden van futurisme en kubisme

Het rayonisme ontstond niet uit het niets. De stroming bouwde voort op verschillende ontwikkelingen binnen de moderne kunst.

Van het futurisme namen de kunstenaars de fascinatie voor beweging over. Futuristische kunstenaars probeerden snelheid, dynamiek en de moderne wereld zichtbaar te maken. Het rayonisme sloot hierbij aan door beweging centraal te stellen.

Van het kubisme werd vooral het idee overgenomen dat een kunstwerk niet simpelweg een natuurgetrouwe afbeelding hoeft te zijn. Kubistische kunstenaars ontleedden objecten in geometrische vormen. Ook het rayonisme liet de traditionele voorstelling grotendeels los.

Daarnaast waren er invloeden van het orfisme zichtbaar. De belangstelling voor ritme, energie en abstracte composities speelde eveneens een belangrijke rol.

De kracht van de diagonale lijn

Het meest herkenbare kenmerk van het rayonisme is het gebruik van diagonale lijnen. Deze lijnen werden door de kunstenaars omschreven als stralen. Zij moesten de indruk wekken van licht, beweging en energie.

In veel rayonistische schilderijen lijken deze stralen door het hele beeld te schieten. Zij kruisen elkaar, overlappen elkaar en vormen complexe netwerken van lijnen. Hierdoor ontstaat een gevoel van dynamiek dat voortdurend de aandacht van de kijker trekt.

De kunstenaars probeerden daarmee niet alleen een bewegend object weer te geven, maar vooral de visuele indruk die dat object achterlaat. Het ging om reflecties, lichtbrekingen en energievelden die volgens hen deel uitmaakten van de werkelijkheid.

Een stap richting abstractie

Een belangrijk aspect van het rayonisme is dat herkenbare voorwerpen vaak naar de achtergrond verdwijnen. Hoewel sommige schilderijen nog verwijzingen bevatten naar mensen, dieren of landschappen, worden deze steeds minder belangrijk.

De nadruk ligt op de stralen zelf. Daardoor bewegen veel werken zich richting abstracte kunst. Voor de kunstenaars was dit een logische ontwikkeling. Zij wilden immers niet het object afbeelden, maar de energie die ervan uitgaat.

In die zin kan het rayonisme worden gezien als een van de vele experimenten die uiteindelijk hebben bijgedragen aan de opkomst van de abstracte kunst in de twintigste eeuw.

Waarom het rayonisme beperkt bleef

Ondanks de vernieuwende ideeën bleef het rayonisme een relatief kleine en lokale beweging. De stroming was sterk verbonden met de Russische avant-garde en kende slechts een beperkt aantal actieve kunstenaars.

Bovendien ontwikkelden veel kunstenaars zich al snel verder in andere richtingen. De snelle opeenvolging van nieuwe stromingen in het begin van de twintigste eeuw maakte het moeilijk voor het rayonisme om zich langdurig te vestigen.

Toch blijft het rayonisme interessant omdat het laat zien hoe kunstenaars voortdurend zochten naar nieuwe manieren om de moderne wereld weer te geven.

De betekenis van het rayonisme

Hoewel het rayonisme geen grote internationale beweging werd, heeft het wel een plaats binnen de kunstgeschiedenis verdiend. De stroming laat zien hoe kunstenaars experimenteerden met licht, beweging en abstractie in een periode van grote artistieke vernieuwing.

Door de nadruk te leggen op stralen, energie en dynamiek probeerden Larionov en Goncharova verder te kijken dan de zichtbare werkelijkheid. Hun werk vormt daarmee een boeiende bijdrage aan de ontwikkeling van de moderne kunst en de zoektocht naar nieuwe vormen van visuele expressie.

 

Orfisme

KUNSTSTROMINGEN | Orfisme: 

Kleur, beweging en muziek in de schilderkunst

Een bijzondere zijtak van de moderne kunst

Het orfisme is een relatief kleine maar interessante kunststroming uit het begin van de twintigste eeuw. Hoewel de stroming nooit veel aanhangers heeft gehad, speelde zij een rol in de ontwikkeling van de abstracte kunst. Het orfisme wordt meestal gezien als een onderstroming van het kubisme en het futurisme. De kunstenaars die zich ermee bezighielden probeerden kleur, beweging en ritme een centrale plaats te geven in hun werk.

De naam van de stroming verwijst naar Orpheus, een figuur uit de Griekse mythologie. Volgens de legende kon Orpheus met zijn muziek wilde dieren temmen en zelfs de natuur beïnvloeden. Deze verbinding tussen kunst, emotie en harmonie sprak de kunstenaars van het orfisme sterk aan.

Hoewel het orfisme als zelfstandige stroming slechts een korte bloeiperiode kende, vormde het een belangrijke stap in de overgang van figuratieve naar abstracte kunst.

Guillaume Apollinaire en de naamgeving

De term orfisme werd bedacht door de Franse dichter en kunstcriticus Guillaume Apollinaire. Hij zocht naar een manier om het werk van bepaalde moderne kunstenaars te beschrijven die zich weliswaar door het kubisme lieten inspireren, maar tegelijkertijd een heel eigen richting insloegen.

Apollinaire zag in hun werk een vorm van visuele muziek. Net zoals muziek gevoelens kan oproepen zonder concrete afbeeldingen te tonen, konden kleuren en vormen volgens hem een emotionele ervaring creëren zonder afhankelijk te zijn van herkenbare onderwerpen.

De verwijzing naar Orpheus sloot daar goed bij aan. Kunst moest niet alleen de zichtbare wereld weergeven, maar ook gevoelens, energie en harmonie overbrengen.

Robert en Sonia Delaunay

De belangrijkste vertegenwoordigers van het orfisme waren Robert Delaunay en Sonia Delaunay. Dit kunstenaarsduo ontwikkelde een beeldtaal waarin kleur de hoofdrol speelde.

Waar veel kubistische kunstenaars werkten met ingetogen tinten zoals grijs, bruin en oker, kozen de Delaunays juist voor heldere, krachtige kleuren. Hun schilderijen bevatten vaak rood, blauw, geel en andere intense kleurvlakken die direct de aandacht trekken.

Daarnaast maakten zij veel gebruik van cirkels, bogen en geometrische vormen. Deze vormen zorgden voor een gevoel van beweging en ritme. De composities lijken soms voortdurend in beweging te zijn, alsof de kleuren door het schilderij dansen.

De invloed van het kubisme

Het orfisme heeft duidelijke wortels in het kubisme. Net als kubistische kunstenaars braken de Delaunays objecten op in geometrische vormen en onderzochten zij verschillende manieren om ruimte weer te geven.

Toch zijn er belangrijke verschillen. Het kubisme richtte zich vooral op structuur, vorm en analyse. Kleur speelde daarbij vaak een ondergeschikte rol.

Het orfisme legde juist de nadruk op kleurbeleving. De kunstenaars geloofden dat kleuren een eigen kracht bezitten en emoties kunnen oproepen zonder dat daar herkenbare afbeeldingen voor nodig zijn.

Hierdoor ontstond een kunstvorm die veel vrijer en expressiever was dan het traditionele kubisme.

Verwantschap met het futurisme

Ook met het futurisme bestaan duidelijke overeenkomsten. De futuristen waren gefascineerd door beweging, snelheid en de moderne wereld. Zij probeerden dynamiek zichtbaar te maken in hun kunstwerken.

Het orfisme nam dit idee van beweging over, maar benaderde het op een andere manier. In plaats van machines, auto's en industriële ontwikkelingen af te beelden, gebruikten de kunstenaars kleur en vorm om beweging te suggereren.

Daardoor ontstonden schilderijen die een gevoel van energie uitstralen zonder dat er daadwerkelijk bewegende objecten zijn afgebeeld.

De theorie van de gelijktijdige contrasten

Een belangrijk onderdeel van het orfisme was het onderzoek naar kleurwerking. Hierbij speelde de theorie van de gelijktijdige contrasten een grote rol.

Volgens deze theorie beïnvloeden kleuren elkaar voortdurend wanneer zij naast elkaar worden geplaatst. Een kleur kan sterker, helderder of juist donkerder lijken afhankelijk van de kleuren die haar omringen.

De Delaunays experimenteerden intensief met deze verschijnselen. Door kleuren zorgvuldig naast elkaar te plaatsen creëerden zij vibrerende composities die bijna lijken te bewegen.

Deze belangstelling voor kleurtheorie maakte het orfisme tot een belangrijke voorloper van latere abstracte kunststromingen.

Een beperkte maar belangrijke stroming

Hoewel het orfisme nooit een grote beweging werd, heeft het wel invloed uitgeoefend op de ontwikkeling van de moderne kunst. De nadruk op kleur, ritme en abstractie inspireerde latere kunstenaars die verder wilden gaan dan de zichtbare werkelijkheid.

Bovendien liet het orfisme zien dat schilderkunst niet afhankelijk hoeft te zijn van herkenbare voorstellingen. Kleur en vorm kunnen op zichzelf al voldoende zijn om een krachtige artistieke ervaring op te roepen.

Daarmee vormt het orfisme een interessante schakel tussen het kubisme, het futurisme en de abstracte kunst van de twintigste eeuw.


Kunstenaars in het orfisme:


donderdag 2 januari 2020

Figuratieve kunst

KUNSTTERMEN | Figuratieve kunst


De zichtbare werkelijkheid als uitgangspunt


Wat is figuratieve kunst?

Onder figuratieve kunst verstaan we beeldende kunst waarin herkenbare voorwerpen, mensen, dieren, landschappen of andere elementen uit de werkelijkheid worden afgebeeld. Het gaat daarbij zowel om tweedimensionale kunstvormen, zoals schilderijen en tekeningen, als om driedimensionale kunstvormen zoals beeldhouwwerken en sculpturen.

Het belangrijkste kenmerk van figuratieve kunst is dat de voorstelling herkenbaar blijft voor de toeschouwer. Hoewel kunstenaars soms een eigen stijl of interpretatie gebruiken, blijft duidelijk zichtbaar wat er wordt afgebeeld. De werkelijkheid vormt daarbij het uitgangspunt.

Gedurende een groot deel van de kunstgeschiedenis was vrijwel alle kunst figuratief van aard. Kunstenaars probeerden de wereld om hen heen zo nauwkeurig mogelijk weer te geven. Vooral tijdens de renaissance, de barok en het realisme stond een natuurgetrouwe voorstelling centraal.

De eeuwenlange dominantie van figuratieve kunst

Van de grotschilderingen uit de prehistorie tot de grote meesters van de negentiende eeuw was figuratieve kunst de norm. Kunstenaars ontwikkelden technieken om perspectief, licht, schaduw, anatomie en kleur steeds beter te beheersen.

De wens om de werkelijkheid zo overtuigend mogelijk af te beelden leidde tot indrukwekkende prestaties. Schilders bestudeerden het menselijk lichaam, observeerden de natuur en experimenteerden met nieuwe materialen om hun werk realistischer te maken.

Beroemde kunstenaars zoals Leonardo da Vinci, Rembrandt van Rijn en Johannes Vermeer werden geroemd om hun vermogen om de zichtbare werkelijkheid overtuigend vast te leggen.

Gedurende eeuwen was dit een van de belangrijkste doelen van de beeldende kunst.

De komst van de fotografie

Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde de situatie ingrijpend door de opkomst van de fotografie. Voor het eerst werd het mogelijk om de werkelijkheid snel, nauwkeurig en relatief objectief vast te leggen.

Wat schilders eeuwenlang hadden geprobeerd te bereiken, kon nu met een camera worden gerealiseerd. Bovendien konden foto's eenvoudig worden gereproduceerd en verspreid. Dit zorgde voor een fundamentele verandering in de positie van de figuratieve kunst.

Veel kunstenaars begonnen zich af te vragen welke rol de schilderkunst nog had wanneer een camera de werkelijkheid nauwkeuriger kon registreren. Deze vraag leidde tot een periode van experiment en vernieuwing binnen de kunstwereld.

Nieuwe richtingen binnen de schilderkunst

Sommige kunstenaars beseften al vroeg dat schilderkunst iets moest bieden wat fotografie niet kon leveren. Kunstenaars zoals Édouard Manet en Paul Cézanne begonnen daarom nieuwe wegen te verkennen.

Zij richtten zich minder op het exact kopiëren van de werkelijkheid en meer op kleurgebruik, compositie, persoonlijke interpretatie en de structuur van het schilderij zelf. Hierdoor ontstonden kunstwerken die weliswaar nog figuratief waren, maar tegelijkertijd een nieuwe artistieke vrijheid lieten zien.

Deze ontwikkeling vormde de basis voor veel moderne kunststromingen die in de twintigste eeuw zouden volgen.

Van figuratie naar abstractie

De zoektocht naar nieuwe vormen van expressie zette zich voort met kunstenaars als Pablo Picasso, Georges Braque en Fernand Léger.

Hun werk week steeds verder af van de traditionele figuratieve voorstelling. Vooral binnen het kubisme werden objecten opgebroken in geometrische vormen en vanuit meerdere gezichtspunten tegelijk weergegeven. Hierdoor werd de zichtbare werkelijkheid steeds meer losgelaten.

Via stromingen zoals het kubisme, expressionisme en abstracte kunst ontstonden uiteindelijk kunstvormen waarin herkenbare voorstellingen soms volledig verdwenen.

Figuratieve kunst vandaag de dag

Ondanks de opkomst van abstracte en conceptuele kunst is figuratieve kunst nooit verdwenen. Integendeel, veel hedendaagse kunstenaars kiezen nog steeds bewust voor herkenbare onderwerpen.

Figuratieve kunst biedt kunstenaars de mogelijkheid om verhalen te vertellen, emoties over te brengen en direct contact te maken met de toeschouwer. Bovendien blijft de menselijke behoefte bestaan om zichzelf en de wereld om zich heen in beelden te herkennen.

Daardoor vormt figuratieve kunst nog altijd een belangrijk en levendig onderdeel van de hedendaagse kunstwereld. Zij verbindt eeuwenoude tradities met moderne inzichten en laat zien dat de zichtbare werkelijkheid nog steeds een rijke bron van inspiratie kan zijn.


Kunstenaars

Stromingen en richtingen

Overige begrippen en termen

Kunstenaarsgereedschappen

Kunstenaarsmaterialen

korte berichten, nieuwe kunst etc


 LEES JIJ JETJE'S DAG OOK AL?


 

Waar kunstenaars zich thuis voelen

dinsdag 31 december 2019

Art brut



KUNSTTERMEN | Art Brut

De kracht van ongepolijste en spontane kunst

Het ontstaan van Art Brut

De term Art Brut betekent letterlijk "ruwe kunst" en werd in de jaren veertig geïntroduceerd door de Franse kunstenaar Jean Dubuffet. Dubuffet was van mening dat veel kunst uit de gevestigde kunstwereld te veel werd beïnvloed door academische regels, modetrends en culturele verwachtingen. Volgens hem ging daardoor een belangrijk deel van de oorspronkelijke creativiteit verloren.

Hij zocht daarom naar kunst die buiten de traditionele kunstwereld ontstond. Kunst die niet was gevormd door kunstacademies, musea, kunstcritici of commerciële belangen. In de ogen van Dubuffet bezat juist deze ongepolijste kunst een bijzondere authenticiteit.

Art Brut groeide uit tot een belangrijke stroming binnen de moderne kunst en heeft tot op de dag van vandaag invloed op kunstenaars, verzamelaars en kunsthistorici.

Kunst buiten de gevestigde orde

Een van de belangrijkste kenmerken van Art Brut is dat de makers meestal geen professionele kunstenaars zijn. Vaak gaat het om mensen die nooit een kunstopleiding hebben gevolgd en die zich weinig of niets aantrekken van bestaande kunstregels.

Hierdoor ontstaat kunst die vaak verrassend origineel is. De maker probeert niet aan verwachtingen te voldoen en voelt zich niet gebonden aan de heersende opvattingen over schoonheid, compositie of techniek.

Voor Dubuffet lag hierin juist de kracht van deze kunstvorm. Hij zag Art Brut als een directe uiting van menselijke creativiteit, zonder de filter van culturele conventies.

Deze benadering maakte de stroming radicaal anders dan veel traditionele kunstvormen, waarin opleiding en technische beheersing vaak centraal stonden.

Kunst van bijzondere groepen

Dubuffet had een bijzondere belangstelling voor kunst die werd gemaakt door mensen die buiten de reguliere samenleving stonden. Hij verzamelde onder andere werk van psychiatrische patiënten, gedetineerden, kinderen en mensen die sociaal geïsoleerd leefden.

Zijn gedachte was dat deze groepen minder beïnvloed werden door de culturele normen van de kunstwereld. Daardoor zouden zij vrijer en spontaner kunnen creëren.

Kinderen spelen binnen deze gedachte een bijzondere rol. Hun tekeningen en schilderijen ontstaan vaak vanuit directe observatie, fantasie en emotie, zonder dat zij zich druk maken over artistieke regels of verwachtingen. Deze onbevangenheid werd door Dubuffet zeer gewaardeerd.

Ook kunst van gevangenen en andere gemarginaliseerde groepen trok zijn aandacht, omdat deze vaak een persoonlijke en directe beeldtaal ontwikkelden.

De charme van het ongekunstelde

Veel liefhebbers van Art Brut waarderen juist het spontane karakter van deze kunst. De werken kunnen technisch onvolmaakt zijn, maar bezitten vaak een grote expressieve kracht.

Omdat de makers niet bezig zijn met kunsthistorische tradities of marktwaarde, ontstaat er vaak een bijzondere eerlijkheid in hun werk. De kunst lijkt direct uit de verbeelding of belevingswereld van de maker voort te komen.

Deze ongekunstelde charme vormt een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht van Art Brut. Het werk kan verrassend, ontroerend, humoristisch of zelfs confronterend zijn. Juist doordat het niet probeert perfect te zijn, weet het vaak een sterke indruk achter te laten.

Voor veel kunstliefhebbers biedt Art Brut een alternatief voor kunst die sterk theoretisch of intellectueel is geworden.

Invloed op de moderne kunst

Hoewel Art Brut oorspronkelijk buiten de gevestigde kunstwereld ontstond, heeft de stroming uiteindelijk veel invloed uitgeoefend op professionele kunstenaars. Velen raakten geïnspireerd door de spontaniteit, vrijheid en directe expressie van deze kunstvorm.

Ook stromingen zoals het expressionisme, het neo-expressionisme en verschillende vormen van hedendaagse outsiderkunst hebben raakvlakken met de ideeën van Dubuffet.

Tegenwoordig worden werken die onder Art Brut vallen tentoongesteld in musea over de hele wereld. Wat ooit werd gezien als kunst van buitenstaanders heeft inmiddels een belangrijke plaats gekregen binnen de kunstgeschiedenis.

De waarde van authenticiteit

Art Brut herinnert ons eraan dat kunst niet altijd afhankelijk is van opleiding, techniek of erkenning. De stroming laat zien dat creativiteit overal kan ontstaan en dat artistieke waarde niet uitsluitend wordt bepaald door academische normen.

Door ruimte te geven aan spontane, persoonlijke en ongepolijste expressie heeft Art Brut een blijvende invloed gehad op de manier waarop we naar kunst kijken. De stroming benadrukt dat kunst niet alleen draait om perfectie, maar ook om eerlijkheid, verbeeldingskracht en menselijke expressie.


maandag 30 december 2019

Minimalisme

KUNSTSTROMINGEN | Minimalisme

Het minimalisme werkte veel met basisconstuctiematerialen,

Het minimalisme was ook een reactie op het abstract expressionisme dat eveneens in de Verenigde Staten behoorlijk populair was.

Het gebruik van gevonden materialen

Het kenmerkende van het minimalisme is het gebruik van simpele, bij voorkeur ergens bij toeval gevonden materialen. Belangrijk was om dan met die gevonden materialen en eenvoudig mogelijke middelen een relatie met de omgeving te leggen. Volgens de minimalisten zou hierdoor een spanning ontstaan, die voortkwam uit  het creëren van een tegenstelling met de omgeving. Een confrontatie met die omgeving was daarbij dus wel degelijk belangrijk. 

Het werken met standaardelementen uit de bouw

Materiaal dat bij het minimalisme vaak gebruikt werd kwam vaak uit de bouw. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bakstenen of aan ijzeren pijpen. Elk onderdeel van een structuur is daarbij een onderdeel op zich. Het totale kunstwerk bevat een herhaling van deze elementen die in het minimalisme vaak standaardelementen worden genoemd. Elke basisvorm (vierkant, driehoek, cirkel) zou volgens de kunstenaars uit deze richting de gewenste speciale emotie met de omgeving oproepen.

Gebruik van materialen waar ze voor bedoeld zijn

Opmerkelijk is daarbij, dat volgens de minimalisten elk materiaal gebruikt moest worden waar het voor bedoeld was. Als je de hand wist te leggen op een stalen plaat dan gebruikte je die ook als stalen plaat en niet voor een ander doel, bijvoorbeeld door het staal te snijden en er een plastiek van te lassen. 

Carl André in het Haags gemeentemuseum

Ook in Nederland was het minimalisme terug te vinden. Carl André vervaardigde in 1968 een kunstwerk in Den Haag. Hij deed dit door naar een bouwterrein te wandelen en daar een aantal oude elektriciteitssnoeren mee te nemen. Deze snoeren werden door hem vervolgens op de vloer van de expositiezaal van het Gemeentemuseum neergelegd. 

Subrichtingen als Arte Povera

Het minimalisme was wereldwijd terug te vinden, maar soms ook onder andere namen of met een geringe verandering. In Italië ontstond bijvoorbeeld een stroming die men de arte povera noemde.

Minimalistische objectkunst

In 1966 kwam de Amerikaanse kunstenaar Dan Graham met een boek "Homes in America" dat eerst totaal niet opviel maar later als een mijlpaal in de minimalisme is gezien. 

Het boek bevatte eenvoudige foto's van huizen, soms gemaakt met amateurfoto's, die allemaal in reeksen zijn weergegeven. Een benadering die we later wel vaker tegenkwamen. Objecten in reeksen, later vertaald naar de term objectkunst. 

De maatschappij ging steeds meer over op massaproductie van identieke goederen. Huizen bijvoorbeeld. De Nederlandse vinexwijken uit de jaren '60 zijn berucht op dat punt voor hun eenvormigheid in lange rijen. Maar op hetzelfde moment werd in de kunst het subjectieve en individuele steeds meer benadrukt. Hierin zat een stuk spanning dat later in de conceptuele kunst regelmatig terugkeerde.  

Typerende kunstenaars uit het minimalisme

Andere onderliggende stromingen in het post-modernisme 


zaterdag 2 februari 2019

Primitivisme

KUNSTSTROMINGEN | Primitivisme


Bijeffecten van de de kolonisatie in de 19e eeuw



De kunst uit de gebiedsdelen overzee was zeer gewild 


Op het einde van de 19e eeuw hadden veel Europese landen grote gebieden overzee als kolonie onder hun hoede genomen, in het algemeen uit puur economische motieven. Een eigen wingewest om goedkope grondstoffen vandaag te halen was nooit weg, ook toen niet.

De kennismaking met de inheemse kunst

Één van de zaken die uit deze  overzeese gebiedsdelen vandaan gehaald werd was de lokale kunst. Deze inheemse kunstwerken werden naar Europa gehaald, om hier vaak in speciale musea zoals het Amsterdamse Tropenmuseum tentoongesteld te worden. Of om verkocht te worden aan verzamelaars. Deze kunstwerken werden heel neerbuigend "primitieve kunst" genoemd. Overigens iets wat uitstekend paste bij de manier waarop er in die tijd over de "wilden" en hun "primitieve kunst" werd gedacht. Een eerste aanhangers van deze nu niet meer denkbare denkbeelden was de Fransman Paul Paul Gauguin

Frustraties over de kwaliteit van de Europese kunst

Deze nieuwe trend was uiteraard ook de kunstenaars niet ontgaan. En vele jongere avant-gardistische kunstenaars togen naar de nieuwe gebieden in met name de Stille oceaan, het Caraïbisch gebied en Afrika om daar inspiratie op te doen en mogelijk ook zelf kunst te gaan produceren die invloeden van de inheemse kunst in zich zou hebben. Een belangrijke drijfveer daarbij was frustratie over het leven in Europa en met name de kunstrichtingen die in de ogen van deze kunstenaars duidelijk eens een nieuwe impuls nodig had.

Inheemse kunst was superieur in de ogen van kunstenaars

De inheemse kunst had in hun ogen een grotere zuiverheid en een hogere moraal. Deze kunst was ten opzichte van de Europese kunst oprecht en authentiek. Deze kunst van de inlanders was heel anders dan de klassieke kunst van de academies van de overheden in Europa. Al met al was het primitivisme geboren. Deze primitieve kunst was vaak een soort een voorloper van wat veel later de naïeve kunst zou gaan heten. Dat de oorspronkelijke makers van de primitieve kunst deze vooral produceerden voor de handel met de zogenaamde ontwikkelde landen, was veel mensen in die ontwikkelde landen volkomen ontgaan. Wat dat betreft waren de primitieve kunstenaars slimmer dan veel mensen dachten. Ze kenden op een gegeven moment de waarde van wat men maakte en dat werd goed uitgebuit.


Nieuw leven in de westerse kunst

Het primitivisme is van 1880 een belangrijke stroming in de moderne kunst. Kunstenaars ging op zoek naar niet-westerse culturen om daar hun inspiratie te vinden. De stroming leeft betrekkelijk lang en komt pas rond 1970 tot een einde. Een voornaam doel van het primitivisme was steeds opnieuw om de Westerse kunst nieuw leven in te blazen. Men ging er daarbij van uit dat deze primitieve culturen nog puur waren en niet aangetast door de moderne stromingen in de westerse wereld. En dus nog "onbedorven" waren. Een aantal Europese landen hadden zogenaamde koloniën in de nieuwe werelden en van daar kwamen voorbeelden naar Europa van stoffen in nieuwe kleuren, het gebruik van maskers, voorwerpen voor rituelen en dergelijke. Met name die maskers zien we bij heel wat kunstenaars terugkomen. 

Primitivisme als inspiratiebron voor vernieuwing

Vernieuwing bleef een rol spelen. En het primitivisme was dan ook zeker een inspiratiebron voor de richtingen die in Frankrijk "Fin du siècle" of  "Art nouveau" werd genoemd, In Duitsland onder "Jugendstil" is terug te vinden met "Wiener Sezession" in Oostenrijk. In Nederland had met voor deze kunstvormen met hun krommingen en golvende lijnen een vrij nuchtere benaming gekozen, namelijk "Nieuwe kunst",   



Primitivisme



Bekende namen die als stuwende kracht achter het primitivisme gezien kunnen worden zijn Gauguin en Pablo Picasso.

De stijl viel niet goed in Europa

De stijl van veel primitieve kunstenaars was eenvoudig en ongecompliceerd. Dit was voor de gevestigde orde in Europa dan ook een reden om uitgebreid neer te kijken op het primitivisme. Dat de kunstenaars met een nieuw kleurgebruik versimpelde vormen en weinig gebruik van details  duidelijk buiten de in veel ogen superieure westerse normen ging,  vond men in Europa maar niets. 

Kunst kan flink reactionair zijn en is dat ook nu vaak nog steeds

Het omarmen van vernieuwende denkbeelden is nooit de sterkste kant van de kunstwereld geweest. En is dat vaak nu ook nog nog niet. Reactionair denken met een grote weerstand voor innovatie is tot op de dag van vandaag bij heel veel kunstenaars nog volop terug te vinden. Een trend wordt vaak door het publiek van kunstliefhebbers eerder opgepakt dan binnen de kunstwereld zelf.

Het primitivisme houdt goed stand

Toch wisten de ideeën en denkbeelden die de basis waren voor het primitivisme goed en langdurig stand te houden. Invloeden waren er niet alleen in de schilderkunst, maar de denkbeelden en principes  vond ook een uitweg in andere kunstvarianten zoals muziek en beeldhouwkunst. Uiteindelijk zijn veel elementen uit de inheemse kunst langzaam maar zeker in de westerse kunst geïntegreerd.

Maskers worden een populair verzamelobject


Met name de Fransen hadden nogal wat handelsposten overzee in deze periode van de geschiedenis en allerlei inheems voorwerpen werden mee naar Frankrijk genomen om daar voor veel geld verkocht te worden aan kunstverzamelaars. Met name maskers werden populair door deze handel en we zien ook verscheidene kunstenaars zoals Picasso die zich aan dit populaire verzamelobject gaan wagen.

Andere typerende kunstenaars uit het primitivisme



Op-art


KUNSTTERMEN | Op-art


Kunst die het oog in beweging brengt


De opkomst van een nieuwe kunstvorm

Op-art, een afkorting van "optical art", is een kunststroming die vanaf de jaren vijftig van de twintigste eeuw sterk in opkomst kwam. De stroming richt zich op optische effecten en visuele illusies. Kunstenaars binnen de op-art probeerden niet zozeer een onderwerp of verhaal weer te geven, maar wilden het menselijk oog uitdagen en soms zelfs misleiden.

Wie naar een op-art kunstwerk kijkt, heeft vaak het gevoel dat het beeld beweegt, trilt, golft of van vorm verandert. In werkelijkheid staat het kunstwerk natuurlijk stil. Het effect ontstaat doordat de kunstenaar gebruikmaakt van zorgvuldig opgebouwde patronen, contrasten en herhalingen die door onze hersenen op een bijzondere manier worden verwerkt.

De op-art groeide uit tot een van de bekendste abstracte kunststromingen van de twintigste eeuw en had niet alleen invloed op de beeldende kunst, maar ook op mode, design, architectuur en reclame.

Het spel met het menselijk oog

De kern van de op-art ligt in het creëren van optische illusies. Kunstenaars ontdekten dat bepaalde combinaties van lijnen, vormen en kleuren het oog konden laten twijfelen aan wat het werkelijk zag.

Wanneer bijvoorbeeld meerdere lijnen dicht naast elkaar worden geplaatst, kan de indruk ontstaan dat zij bewegen. Ook cirkels, vierkanten en andere geometrische vormen kunnen zo worden gecombineerd dat er een gevoel van diepte ontstaat op een volledig vlak oppervlak.

De kunstenaar speelt als het ware een spel met de waarneming van de toeschouwer. Het kunstwerk verandert niet, maar de ervaring van degene die kijkt kan voortdurend veranderen afhankelijk van de afstand, de kijkhoek of zelfs de duur van het kijken.

Herhaling als belangrijk uitgangspunt

Een van de belangrijkste kenmerken van de op-art is het gebruik van herhalende patronen. Kleine vormen worden keer op keer herhaald totdat een complex visueel geheel ontstaat.

Deze patronen kunnen bestaan uit lijnen, stippen, vierkanten, rechthoeken, cirkels of andere geometrische figuren. Door kleine variaties aan te brengen in grootte, richting of afstand ontstaat een dynamisch effect dat het oog voortdurend blijft prikkelen.

Juist de herhaling maakt de optische illusies mogelijk. Een enkele lijn of vorm heeft meestal weinig effect, maar honderden zorgvuldig geplaatste elementen kunnen een verrassende visuele ervaring creëren.

Zwart en wit als favoriete kleuren

Veel op-art kunstenaars werkten met een beperkt kleurenpalet. Vooral zwart en wit werden veel gebruikt. Het sterke contrast tussen deze kleuren bleek ideaal om optische effecten te versterken.

Zwart-witte composities zorgen ervoor dat lijnen en vormen scherp afsteken tegen hun achtergrond. Hierdoor worden beweging, diepte en vervorming nog sterker ervaren.

Hoewel veel kunstenaars later ook andere kleuren gingen gebruiken, bleef de klassieke zwart-witcombinatie een belangrijk kenmerk van de stroming. De eenvoud van het kleurgebruik zorgde ervoor dat alle aandacht naar de visuele werking van het patroon ging.

Wiskunde en precisie

Op-art lijkt op het eerste gezicht soms eenvoudig, maar achter veel werken schuilt een grote mate van precisie. Kunstenaars maakten vaak gebruik van wiskundige principes, geometrie en nauwkeurige berekeningen.

Een kleine afwijking in een patroon kon het gewenste effect verstoren. Daarom werden veel composities zorgvuldig gepland voordat zij werden uitgevoerd. De kunstenaar werkte bijna als een ontwerper of architect die elk onderdeel van tevoren berekent.

Deze combinatie van kunst en logica gaf de op-art een eigen plaats binnen de moderne kunstgeschiedenis.

Bekende kunstenaars van de op-art

Een van de bekendste vertegenwoordigers van de op-art is Victor Vasarely. Hij wordt vaak beschouwd als de grondlegger van de stroming. Zijn werken tonen complexe patronen die lijken te bewegen of driedimensionaal uit het vlak naar voren te komen.

Ook Bridget Riley verwierf internationale bekendheid met haar dynamische zwart-witte composities. Haar schilderijen laten zien hoe eenvoudige lijnen en vormen een verrassend sterke visuele impact kunnen hebben.

Hun werk inspireerde talloze kunstenaars, ontwerpers en vormgevers over de hele wereld.

De blijvende invloed van op-art

Hoewel de grootste populariteit van de op-art in de jaren zestig lag, zijn de invloeden van de stroming nog steeds zichtbaar. In grafisch ontwerp, mode, architectuur en digitale kunst worden regelmatig technieken toegepast die rechtstreeks zijn afgeleid van de op-art.

De stroming laat zien dat kunst niet altijd een herkenbaar onderwerp nodig heeft om boeiend te zijn. Door uitsluitend gebruik te maken van patronen, contrasten en geometrische vormen slaagden de op-art kunstenaars erin een unieke visuele ervaring te creëren die tot op de dag van vandaag blijft fascineren.