Posts tonen met het label Arte povera. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Arte povera. Alle posts tonen

maandag 6 juli 2026

Salvo

KUNSTENAARS | Salvo

Van conceptuele kunst naar kleurrijke verbeelding

Personalia Salvo


Volledige naam: Salvatore Mangione

Kunstenaarsnaam: Salvo

Geboortejaar: 1947

Geboorteplaats: Leonforte, Sicilië, Italië

Jaar van overlijden: 2015

Plaats van overlijden: Turijn, Italië


Biografie

Salvo behoort tot de meest bijzondere figuren binnen de naoorlogse Italiaanse kunst. Onder zijn kunstenaarsnaam verwierf hij internationale bekendheid als schilder, conceptueel kunstenaar en vernieuwer. Zijn carrière is opmerkelijk omdat hij zich ontwikkelde van een conceptueel kunstenaar tot een schilder die bewust terugkeerde naar figuratie, kleur en verbeelding. Daarmee liep hij vooruit op ontwikkelingen die later een belangrijke rol zouden spelen binnen de hedendaagse kunst.

Salvatore Mangione werd geboren in 1947 op Sicilië. Op jonge leeftijd verhuisde hij met zijn familie naar Turijn, een stad die in de jaren zestig uitgroeide tot een belangrijk centrum van moderne kunst. Hier kwam hij in contact met vernieuwende kunstenaars en intellectuelen die experimenteerden met nieuwe vormen van kunst en communicatie.

Aan het begin van zijn carrière werd Salvo sterk beïnvloed door de conceptuele kunst. In deze periode hield hij zich bezig met vragen over identiteit, auteurschap en de betekenis van kunst. Hij maakte werken waarin tekst, fotografie en zelfrepresentatie een belangrijke rol speelden. Zijn vroege projecten waren vaak intellectueel van aard en sloten aan bij de discussies die in de kunstwereld van de jaren zestig en zeventig werden gevoerd.

Een belangrijke invloed was zijn contact met kunstenaars uit de beweging van de Arte Povera. Deze groep kunstenaars verzette zich tegen traditionele kunstvormen en gebruikte eenvoudige materialen om nieuwe ideeën te onderzoeken. Hoewel Salvo zich nooit volledig aan één stroming verbond, speelde deze omgeving een belangrijke rol in zijn artistieke ontwikkeling.

In de jaren zeventig maakte hij een opvallende keuze. Terwijl veel kunstenaars zich steeds verder verdiepten in conceptuele kunst, besloot Salvo terug te keren naar de schilderkunst. Hij koos bewust voor herkenbare voorstellingen, landschappen, stadsgezichten en architectuur. Deze stap werd destijds door sommigen als controversieel gezien, omdat figuratieve schilderkunst in bepaalde avant-gardekringen als ouderwets werd beschouwd.

Toch bleek deze keuze bepalend voor zijn succes. Salvo ontwikkelde een unieke stijl waarin felle kleuren, heldere vormen en een bijna droomachtige sfeer centraal staan. Zijn schilderijen tonen vaak zonovergoten landschappen, historische gebouwen, bergen, torens en mediterrane stadjes. De werkelijkheid wordt daarbij niet letterlijk weergegeven, maar omgevormd tot een persoonlijke en poëtische visie.

Wat zijn werk bijzonder maakt, is de combinatie van eenvoud en diepgang. Zijn composities lijken toegankelijk, maar bevatten vaak verwijzingen naar kunstgeschiedenis, herinnering en culturele identiteit. Hij liet zich inspireren door oude meesters, maar vertaalde hun ideeën naar een eigentijdse beeldtaal.

Salvo's teruggrijpen op het verleden

De Italiaanse kunstenaar Salvo, geboren als Salvatore Mangione, had geen enkele moeite om zich te laten inspireren door de kunst uit het verleden. Waar veel moderne kunstenaars juist op zoek gingen naar radicale vernieuwing, keek Salvo met bewondering terug naar de schilderkunst van de vroege en hoge renaissance. Ook mythologische verhalen en klassieke beeldtradities vormden een belangrijke inspiratiebron voor zijn werk. Voor hem was het verleden geen beperking, maar juist een rijke bron waaruit hij vrij kon putten om een geheel eigen beeldtaal te ontwikkelen.

De invloedop Salvo uit de moderne kunst

De schilderijen die in de tentoonstelling bij Gladstone Gallery werden getoond, laten zien hoe Salvo verschillende kunsthistorische invloeden met elkaar wist te combineren. Zijn landschappen bevatten eenvoudige, hoekige huizen, zacht afgeronde wolken en bomen die bijna lijken te zijn gemaakt van suikerspin. Deze gestileerde vormen doen denken aan de vroege twintigste-eeuwse schilderkunst van Giorgio de Chirico en Carlo Carrà. Ook de experimentele kubo-futuristische werken van Kazimir Malevich zijn in zijn composities terug te herkennen. Toch zijn de schilderijen van Salvo geen kopieën van deze voorbeelden. Hij gebruikt hun vormentaal als uitgangspunt, maar geeft er een heel eigen, rustige en tijdloze sfeer aan.

Licht als hoofdrolspeler

Opvallend aan het werk van Salvo is dat er nauwelijks sprake is van beweging. Mensen ontbreken vaak, de gebouwen staan stil en ook het landschap lijkt volledig verstild. Alleen het licht verandert voortdurend. Dat licht vormt de ware hoofdpersoon van zijn schilderijen. Zijn verfoppervlakken zijn uitzonderlijk glad, de contouren scherp afgebakend en de kleuren opvallend helder, soms zelfs bijna fluorescerend. Juist deze sterk kunstmatige aanpak zorgt ervoor dat het licht verrassend natuurlijk oogt. De toeschouwer krijgt het gevoel daadwerkelijk te kijken naar een landschap waarin het zonlicht langzaam van kleur verandert gedurende de dag.

Een eigentijdse betekenis

Een mooi voorbeeld hiervan is het schilderij Aprile ("April"), waarin zorgvuldig gevormde wolken langzaam lijken over te gaan van roze naar geel en vervolgens naar zacht paars. Die subtiele kleurveranderingen geven het schilderij een bijna poëtische uitstraling. Het werk laat zien dat Salvo niet alleen geïnteresseerd was in vorm en compositie, maar vooral in de manier waarop licht onze waarneming beïnvloedt.

Zowel vertrouwd als verrassend  werk

Zijn schilderijen sluiten bovendien opvallend goed aan bij een hedendaagse ontwikkeling binnen de schilderkunst. Steeds meer kunstenaars grijpen opnieuw terug op stijlen uit het vroege modernisme om de figuratieve schilderkunst nieuw leven in te blazen. Salvo laat zien dat het mogelijk is om historische invloeden, moderne vormentaal en een eigentijdse visie samen te brengen tot schilderijen die zowel vertrouwd als verrassend aanvoelen. Zijn oeuvre bewijst dat inspiratie uit het verleden juist kan leiden tot vernieuwende kunst.

Vanaf de jaren tachtig groeide zijn internationale reputatie snel. Zijn werk werd tentoongesteld in belangrijke musea en galerieën in Europa en daarbuiten. Kunstliefhebbers waardeerden zijn vermogen om kleur, licht en architectuur samen te brengen in schilderijen die zowel modern als tijdloos aanvoelen.

In de laatste decennia van zijn leven bleef Salvo schilderen en experimenteren. Zijn werk werd steeds meer erkend als een belangrijke bijdrage aan de herwaardering van de figuratieve schilderkunst binnen de hedendaagse kunst.


Stromingen
  • Postmodernisme

  • Transavantgarde
  • Conceptuele kunst
  • Arte Povera
  • Neofiguratie


Salvo wordt voornamelijk gerekend tot het Postmodernisme en de Transavantgarde. Daarnaast vertoont zijn werk invloeden van de Conceptuele Kunst, de Arte Povera en de Neofiguratie. Zijn carrière weerspiegelt de overgang van conceptuele experimenten naar een vernieuwde belangstelling voor schilderkunst en verbeelding.


Extra informatie over Salvo

Salvo wordt vaak gezien als een kunstenaar die de vrijheid had om tegen de heersende trends in te gaan. Terwijl veel tijdgenoten zich richtten op conceptuele benaderingen, koos hij ervoor om opnieuw de kracht van schilderkunst, kleur en beeldverhaal te onderzoeken.

Zijn werk heeft de laatste jaren een sterke herwaardering gekregen. Musea, verzamelaars en kunsthistorici zien hem tegenwoordig als een van de belangrijkste Italiaanse kunstenaars van zijn generatie. Zijn schilderijen worden gewaardeerd vanwege hun optimistische uitstraling, heldere kleuren en unieke combinatie van traditie en moderniteit.



Stromingen en richtingen

Kunstenaars

Overige begrippen en termen

Kunstenaarsgereedschappen

Kunstenaarsmaterialen

korte berichten, nieuwe kunst etc.


 LEES JIJ JETJE'S DAG OOK AL?


 

Waar kunstenaars zich thuis voelen

Postminimalisme

KUNSTSTROMINGEN | Postminimalisme 


Een diepere reflectie op de vorm, het materiaal en het proces


Een reactie op de strakke, geometrische vormen en het  minimalisme


Inleiding

Postminimalisme is een kunststroming die ontstond in de late jaren 1960. Het was een reactie op de strakke, geometrische vormen en het formalisme van het minimalisme. Terwijl minimalistische kunstenaars zoals Donald Judd en Frank Stella zich richtten op eenvoud, puurheid en het volledig verwijderen van subjectieve inhoud, werd daarna het postminimalisme gekenmerkt door een hernieuwde interesse in organische vormen, de fysiekheid van materialen en een meer procesmatige benadering van kunst. 


Postminimalistische kunstenaars omarmden het toevallige. Het onvolmaakte kreeg weer een kans, evenals het uitdrukken van je emoties. De materiële eigenschappen mochten weer zichtbaar worden. Hierdoor sloeg het Postminimalisme als stroming een brug tussen het minimalisme en latere kunststromingen zoals conceptuele kunst, land art en performance kunst.


Het ontstaan van het postminimalisme

In de jaren 1960 werd minimalisme een dominante stroming in de kunstwereld. Minimalisten wilden kunstwerken maken die volledig objectief en niet-emotioneel waren. Hierbij lag de aandacht op geometrische eenvoud, herhaling en het gebruik van ruwe industriële materialen. Kunstwerken moesten op zichzelf staan. Er was geen plek voor emotionele of symbolische interpretaties. De kunstwerken werden vaak gezien als “anti-uitdrukken van je emoties,” waarbij de persoonlijke betrokkenheid van de kunstenaar tot een absoluut minimum werd teruggebracht.

Maar niet alle kunstenaars voelden zich aangetrokken tot deze strakke, rationele benadering van de kunst. Postminimalistische kunstenaars begonnen vragen te stellen bij de objectiviteit van het minimalisme. En ze begonnen met het onderzoeken van nieuwe manieren om materialen en processen in te zetten. Ze hielden nog wel vast aan bepaalde principes van het minimalisme, zoals het gebruik van eenvoudige vormen, maar verruimden de aanpak door meer aandacht te schenken aan de toevalligheid, lichamelijkheid en de tijdelijkheid van hun werken.


Kenmerken van postminimalisme

1. Procesgerichtheid 

In tegenstelling tot het minimalisme, waarin de voltooide vorm van het kunstwerk centraal stond, benadrukten postminimalistische kunstenaars het proces, dus het tot stand komen van een kunstwerk. Het maken van het werk werd net zo belangrijk geacht als het eindresultaat. Het werk van Eva Hesse, een pionier van het postminimalisme, toont dit duidelijk aan. Hesse gebruikte materialen zoals latex en touw die na verloop van tijd veranderen en zelfs vergaan, waardoor de tijdelijkheid van het kunstwerk wordt benadrukt. Haar kunstwerk “Accession ii” (1967) toont een serie buizen in een rasterpatroon, maar de flexibele materialen en het grillige patroon geven het werk een organisch, bijna menselijk gevoel.


2. Materialiteit van de kunst 

Postminimalisten maakten gebruik van onconventionele en vaak fragiele of vergankelijke materialen. Waar minimalisten vooral werkten met strakke, industriële materialen zoals staal of plexiglas, werkten postminimalisten vaak met zachtere en natuurlijker materialen zoals rubber, stof, of zelfs aarde. Kunstenaars zoals Richard Serra experimenteerden met zware, ruwe materialen zoals lood en staal, maar lieten deze vaak op onvoorspelbare manieren reageren op zwaartekracht en ruimte. Serra’s werk "splashing" (1968) bijvoorbeeld, waarbij gesmolten lood tegen de muren van een ruimte werd gegooid, benadrukt de onvoorspelbaarheid van het materiaal en het belang van het toeval in het kunstproces.


3. Organische vormen:

Terwijl minimalistische kunst vaak strikt geometrisch en rechtlijnig was, omarmde postminimalisme vloeiende, organische vormen die minder voorspelbaar en minder symmetrisch waren. Kunstenaars zoals Lynda Benglis en Bruce Nauman creëerden werken die dynamisch, grillig en soms chaotisch waren. Benglis werd bekend om haar werken met gekleurde latex die ze rechtstreeks op de vloer goot, waardoor onregelmatige, willekeurige "vormen" ontstonden die reageerden op de ruimte waarin ze werden geplaatst.


4. De interactie van kunst met ruimte en tijd 

In plaats van werken te maken die autonoom en onafhankelijk waren van hun omgeving, begonnen postminimalistische kunstenaars te experimenteren met de manier waarop hun werken zich verhielden tot de ruimte waarin ze werden tentoongesteld. Kunstwerken werden vaak tijdelijk of afhankelijk van de plaats waar ze stonden. Robert Morris, een van de invloedrijkste figuren in het postminimalisme, creëerde sculpturen die op de vloer werden geplaatst in plaats van op sokkels, waardoor de grens tussen kunstwerk en toeschouwer vervaagde. We kennen hem van het Morris observatorium in de buurt van Lelystad in de Flevopolder dat zomer en winter weet aan te tonen


5. Invloed van lichamelijkheid en performance:

Veel postminimalistische werken richtten zich op de lichamelijke betrokkenheid van zowel de kunstenaar als de toeschouwer. De kunst werd lichamelijker en ging soms zelfs in de richting van de performance. Dit kan terug worden gezien in het werk van Richard Serra, wiens “Verb list” (1967–68) een reeks werkwoorden bevatte zoals "gooien," "vallen," "vouwen," die betrekking hadden op acties die hij uitvoerde met materialen in zijn werk. deze lichamelijke betrokkenheid was een radicale breuk met het statische, niet-performatieve karakter van minimalistische kunst.


Invloed en erfenis

Het postminimalisme heeft een blijvende invloed gehad op latere kunststromingen. Veel van de ideeën die postminimalistische kunstenaars introduceerden, zoals de nadruk op proces, toevalligheid en het gebruik van onconventionele materialen, zijn verder ontwikkeld in stromingen zoals land art, conceptuele kunst, arte povera en performance kunst .


Land art

Kunstenaars zoals Robert Smithson en Walter de Maria maakten gebruik van de organische, vergankelijke kwaliteit van het landschap om werken te creëren die zich niet hielden aan de bekende afbakening van sculptuur. Het idee dat kunst op natuurlijke wijze kan reageren op de omgeving en de elementen, was sterk beïnvloed door postminimalistische opvattingen over materialen en tijdelijkheid.

  

Arte povera

In Italië ontwikkelde zich een stroming die werkte met alledaagse, vaak vergankelijke materialen, zoals klei, hout en stof. Kunstenaars zoals Giovanni Anselmo en Mario Merz gebruikten deze materialen om de relatie tussen kunst, natuur en maatschappij te onderzoeken, in een directe dialoog met de ideeën van postminimalistische kunstenaars.


Hedendaagse kunst

Postminimalisme legde de basis voor veel hedendaagse praktijken die experimenteren met materiaal, installatie en de wisselwerking tussen object en ruimte. Kunstenaars als Rachel Whiteread en Sarah Sze bouwen voort op de erfenis van postminimalisten door sculpturen te creëren die afhankelijk zijn van de fysieke en visuele eigenschappen van materialen.


Samenvattend

Postminimalisme markeerde een verschuiving in de kunstwereld waarin kunstenaars zich losmaakten van de rigide regels van het minimalisme en ruimte creëerden voor experimenten met materiaal, vorm en proces. Het benadrukte het tijdelijke, het onvoorspelbare en de lichamelijke betrokkenheid bij het kunstwerk, wat leidde tot een bredere definitie van wat kunst kon zijn. Deze stroming heeft een blijvende invloed gehad op de kunstwereld en blijft een belangrijke bron van inspiratie voor hedendaagse kunstenaars die blijven experimenteren met de grenzen van vorm en materiaal.


Belangrijke kunstenaars van het postminimalisme:

Bruce Nauman

Donald Judd

Eva Hesse

Frank Stella

Giovanni Anselmo

Lynda Benglis

Mario Merz

Rachel Whiteread

Richard Serra

Robert Morris

Robert Smithson

Sarah Sze

Walter de Maria



Stromingen en richtingen

Kunstenaars

Overige begrippen en termen

Kunstenaarsgereedschappen

Kunstenaarsmaterialen

korte berichten, nieuwe kunst etc.


 LEES JIJ JETJE'S DAG OOK AL?


 

Waar kunstenaars zich thuis voelen



dinsdag 31 december 2019

Arte povera


KUNSTTERMEN | Arte Povera

Kunst van eenvoudige materialen en grote ideeën

Het ontstaan van Arte Povera

Arte Povera, letterlijk vertaald als "arme kunst", is een kunststroming die ontstond in Italië in de jaren zestig van de twintigste eeuw. De beweging wordt vaak gezien als een Italiaanse variant van het minimalisme en de conceptuele kunst. Toch onderscheidt Arte Povera zich door haar sterke nadruk op natuurlijke, eenvoudige en vaak afgedankte materialen.

De term werd geïntroduceerd door de Italiaanse kunstcriticus Germano Celant, die een groep kunstenaars beschreef die zich afzette tegen de steeds verder commercialiserende kunstwereld. Volgens deze kunstenaars was kunst meer dan een luxeproduct voor verzamelaars en investeerders. Kunst moest een directe relatie hebben met het dagelijks leven, de natuur en de samenleving.

Arte Povera groeide uit tot een van de invloedrijkste Europese kunststromingen van de tweede helft van de twintigste eeuw.

Waarom "arme kunst"?

De naam Arte Povera verwijst niet naar armoede in economische zin, maar naar het gebruik van eenvoudige materialen. Kunstenaars kozen bewust voor materialen die weinig of geen financiële waarde hadden.

Denk daarbij aan oude kranten, stukken hout, stenen, aarde, bladeren, karton, textiel, metaalresten en andere gevonden voorwerpen. Veel van deze materialen zouden normaal gesproken als afval worden beschouwd.

Door dergelijke materialen in een kunstwerk te verwerken, wilden de kunstenaars afstand nemen van de traditionele kunstwereld waarin dure materialen zoals marmer, brons en kostbare verf vaak een belangrijke rol speelden.

Het ging niet om luxe of perfectie, maar om ideeën, processen en betekenis.

Een reactie op de commerciële kunstwereld

Een belangrijk uitgangspunt van Arte Povera was het verzet tegen de toenemende commercialisering van kunst. In de jaren zestig groeide de internationale kunstmarkt sterk. Kunstwerken werden steeds vaker gezien als investeringsobjecten en statussymbolen.

Veel Arte Povera-kunstenaars vonden dat deze ontwikkeling afleidde van waar kunst werkelijk om zou moeten draaien. Zij wilden kunst terugbrengen naar haar essentie en de nadruk leggen op creativiteit, experiment en maatschappelijke betrokkenheid.

Door gebruik te maken van goedkope en vergankelijke materialen maakten zij duidelijk dat de waarde van een kunstwerk niet noodzakelijk verbonden hoeft te zijn aan de waarde van het gebruikte materiaal.

De boodschap en het idee achter het werk stonden centraal.

De relatie tussen mens en natuur

Een belangrijk thema binnen Arte Povera is de verhouding tussen mens en natuur. Veel kunstenaars onderzochten hoe moderne technologie, industrialisatie en economische groei de relatie tussen mensen en hun natuurlijke omgeving hadden veranderd.

Natuurlijke materialen zoals hout, aarde, bladeren en steen werden vaak gecombineerd met industriële materialen zoals staal, glas of beton. Hierdoor ontstond een dialoog tussen natuur en beschaving.

Een van de bekendste hedendaagse vertegenwoordigers van de beweging is Giuseppe Penone. Zijn werk richt zich sterk op de verbinding tussen mens en natuur. Penone onderzoekt hoe mensen onderdeel blijven van natuurlijke processen, ook in een moderne en technologisch gedreven samenleving.

Met zijn sculpturen, installaties en tekeningen probeert hij de afstand tussen de natuurlijke wereld en de menselijke leefomgeving zichtbaar te maken.

Kunst als proces

Binnen Arte Povera is het eindresultaat vaak minder belangrijk dan het proces waarmee een werk tot stand komt. Veel kunstenaars waren geïnteresseerd in verandering, vergankelijkheid en groei.

Sommige kunstwerken veranderen in de loop van de tijd doordat materialen verweren, rotten, oxideren of vervormen. Dit tijdelijke karakter maakt deel uit van het kunstwerk zelf.

Hierdoor verschilt Arte Povera sterk van traditionele kunstvormen die juist gericht zijn op duurzaamheid en behoud. De vergankelijkheid van het materiaal benadrukt dat niets blijvend is en dat verandering een natuurlijk onderdeel van het leven vormt.

Een blijvende invloed

Hoewel Arte Povera haar hoogtepunt beleefde in de jaren zestig en zeventig, blijft de invloed van de stroming groot. Veel hedendaagse kunstenaars werken nog steeds met gevonden materialen, duurzame grondstoffen en conceptuele ideeën die direct teruggaan op de principes van Arte Povera.

Ook actuele thema's zoals duurzaamheid, consumptie, afvalverwerking en de relatie tussen mens en natuur sluiten nauw aan bij de oorspronkelijke uitgangspunten van de beweging.

Arte Povera laat zien dat kunst niet afhankelijk hoeft te zijn van kostbare materialen om betekenisvol te zijn. Soms kunnen juist de meest eenvoudige voorwerpen de krachtigste boodschap overbrengen.


Kunstenaars

Stromingen en richtingen

Overige begrippen en termen

Kunstenaarsgereedschappen

Kunstenaarsmaterialen

korte berichten, nieuwe kunst etc


 LEES JIJ JETJE'S DAG OOK AL?


 

Waar kunstenaars zich thuis voelen

maandag 30 december 2019

Minimalisme

KUNSTSTROMINGEN | Minimalisme

Het minimalisme werkte veel met basisconstuctiematerialen,

Het minimalisme was ook een reactie op het abstract expressionisme dat eveneens in de Verenigde Staten behoorlijk populair was.

Het gebruik van gevonden materialen

Het kenmerkende van het minimalisme is het gebruik van simpele, bij voorkeur ergens bij toeval gevonden materialen. Belangrijk was om dan met die gevonden materialen en eenvoudig mogelijke middelen een relatie met de omgeving te leggen. Volgens de minimalisten zou hierdoor een spanning ontstaan, die voortkwam uit  het creëren van een tegenstelling met de omgeving. Een confrontatie met die omgeving was daarbij dus wel degelijk belangrijk. 

Het werken met standaardelementen uit de bouw

Materiaal dat bij het minimalisme vaak gebruikt werd kwam vaak uit de bouw. Denk daarbij bijvoorbeeld aan bakstenen of aan ijzeren pijpen. Elk onderdeel van een structuur is daarbij een onderdeel op zich. Het totale kunstwerk bevat een herhaling van deze elementen die in het minimalisme vaak standaardelementen worden genoemd. Elke basisvorm (vierkant, driehoek, cirkel) zou volgens de kunstenaars uit deze richting de gewenste speciale emotie met de omgeving oproepen.

Gebruik van materialen waar ze voor bedoeld zijn

Opmerkelijk is daarbij, dat volgens de minimalisten elk materiaal gebruikt moest worden waar het voor bedoeld was. Als je de hand wist te leggen op een stalen plaat dan gebruikte je die ook als stalen plaat en niet voor een ander doel, bijvoorbeeld door het staal te snijden en er een plastiek van te lassen. 

Carl André in het Haags gemeentemuseum

Ook in Nederland was het minimalisme terug te vinden. Carl André vervaardigde in 1968 een kunstwerk in Den Haag. Hij deed dit door naar een bouwterrein te wandelen en daar een aantal oude elektriciteitssnoeren mee te nemen. Deze snoeren werden door hem vervolgens op de vloer van de expositiezaal van het Gemeentemuseum neergelegd. 

Subrichtingen als Arte Povera

Het minimalisme was wereldwijd terug te vinden, maar soms ook onder andere namen of met een geringe verandering. In Italië ontstond bijvoorbeeld een stroming die men de arte povera noemde.

Minimalistische objectkunst

In 1966 kwam de Amerikaanse kunstenaar Dan Graham met een boek "Homes in America" dat eerst totaal niet opviel maar later als een mijlpaal in de minimalisme is gezien. 

Het boek bevatte eenvoudige foto's van huizen, soms gemaakt met amateurfoto's, die allemaal in reeksen zijn weergegeven. Een benadering die we later wel vaker tegenkwamen. Objecten in reeksen, later vertaald naar de term objectkunst. 

De maatschappij ging steeds meer over op massaproductie van identieke goederen. Huizen bijvoorbeeld. De Nederlandse vinexwijken uit de jaren '60 zijn berucht op dat punt voor hun eenvormigheid in lange rijen. Maar op hetzelfde moment werd in de kunst het subjectieve en individuele steeds meer benadrukt. Hierin zat een stuk spanning dat later in de conceptuele kunst regelmatig terugkeerde.  

Typerende kunstenaars uit het minimalisme

Andere onderliggende stromingen in het post-modernisme