KUNSSTROMINGEN | Constructivisme
Een belangrijke onderstroom van het modernisme
De kunstvorm die al genoeg had aan een leeg schilderdoek
Uitbouw en vervanging van het suprematisme
De constructivisten meenden dat kunst vooral moest dienen als een soort van ondersteuning van de industriële maatschappij. Evenals het suprematisme was het constructivisme bedoeld als ondersteuning van de revolutionaire bewegingen in Rusland. Om meer effect en invloed te hebben werd het suprematisme omgezet naar een meer grafisch concept en geleidelijk aan vervangen.Invloed van de oktober revolutie
Tatlin als belangrijke aanjager
Een belangrijke aanjager van de beweging van het constructivisme was Tatlin, die nadat het Picasso had ontmoet in Parijs, op zoek ging naar nieuwe wegen. Hij wilde het twee-dimensionale kubisme omzetten naar een ruimtelijke variant. Zo ontwierp Tatlin een ingenieus monument voor de "derde internationale" dat echt dusdanig complex en duur werd dat van de daadwerkelijke realisatie toch maar werd afgezien.Hoewel er bij het constructivisme zeker sprake was van een sterke Russische invloed, zeker in het begin, werd het constructivisme uiteindelijk toch vooral ook een West Europese stroming. Er werd veel gewerkt met abstracte en geometrische kunstwerken. Deze waren dan vaak opgebouwd met losse onderdelen.
Het constructivisme betreft een onderstroom van het modernisme die rond 1920 begon en aan het einde van de tweede wereldoorlog, rond 1945, weer verdween.
Verschijningsvormen van het constructivisme
Het constructivisme is een kunststroming die vooral bekendstaat om het gebruik van geometrische vormen en een sterke nadruk op constructie en structuur. Kunstenaars binnen deze beweging probeerden hun werken op een rationele en overzichtelijke manier op te bouwen. Daarbij maakten zij veelvuldig gebruik van lijnen, vlakken, cirkels, driehoeken en rechthoeken. Het resultaat was een kunst die strak, helder en vaak zeer modern oogde.
Een opvallend kenmerk van het constructivisme is dat de stroming zich niet beperkte tot één kunstvorm. Zowel tweedimensionale als driedimensionale werken speelden een belangrijke rol. In schilderijen en grafisch werk werden geometrische vormen gebruikt om evenwichtige composities te creëren. Tegelijkertijd experimenteerden kunstenaars met ruimtelijke objecten en constructies die de grens tussen beeldhouwkunst, architectuur en design deden vervagen.
Daarnaast stond het gebruik van niet-alledaagse materialen centraal. Constructivistische kunstenaars wilden breken met traditionele kunstmaterialen zoals olieverf en marmer. Daarom maakten zij gebruik van materialen die afkomstig waren uit de industrie en techniek. Metaal, glas, hout, kunststof, draad en andere moderne materialen werden verwerkt in kunstwerken en ruimtelijke constructies.
Door deze combinatie van geometrische vormen, innovatieve materialen en zowel platte als ruimtelijke kunstwerken kreeg het constructivisme een geheel eigen uitstraling. De stroming weerspiegelde het optimisme van een tijdperk waarin technologie, industrie en vooruitgang werden gezien als de bouwstenen van een nieuwe moderne samenleving.
Het blanke schilderdoek als kunstwerk
Voor de meest radicale aanhangers van het constructivisme ging de zoektocht naar de essentie van kunst zeer ver. Zij stelden zichzelf de vraag wat een kunstwerk eigenlijk tot kunst maakt. Moest een schilderij altijd een voorstelling bevatten, of kon het object zelf al voldoende zijn? Vanuit deze gedachte ontstond het idee dat zelfs een blank schilderdoek als kunstwerk kon worden beschouwd.
Deze opvatting kwam voort uit het streven om alle overbodige elementen uit de kunst te verwijderen. Traditionele schilderkunst draaide vaak om het afbeelden van mensen, landschappen of gebeurtenissen. Constructivisten wilden juist breken met deze eeuwenoude traditie. Zij zochten naar een kunst die volledig zelfstandig bestond, zonder verwijzing naar de zichtbare werkelijkheid.
Voor sommige kunstenaars was het doek zelf een object met eigen eigenschappen. De afmetingen, de structuur van het linnen, de spanning van het doek en de aanwezigheid in de ruimte werden belangrijker gevonden dan een geschilderde voorstelling. Het kunstwerk hoefde volgens hen niet langer iets af te beelden of te vertellen. Het mocht eenvoudigweg bestaan.
Deze gedachte sloot aan bij de bredere constructivistische overtuiging dat kunst moest worden teruggebracht tot haar meest fundamentele elementen. Door zelfs het lege doek als kunstwerk te erkennen, werd de grens tussen kunstobject en dagelijks voorwerp ter discussie gesteld.
Hoewel deze ideeën destijds controversieel waren, hebben zij grote invloed gehad op latere kunststromingen zoals het minimalisme, de conceptuele kunst en diverse vormen van moderne installatiekunst. Wat ooit als een provocerende gedachte werd gezien, groeide uit tot een belangrijk uitgangspunt binnen de hedendaagse kunst.
Ook werden er bij het constructivisme wel bewegende elementen toegevoegd. En bij extremere vormen kan dit leiden tot een soort van kinetische kunst.
De ondergang van het constructivisme
Het constructivisme ontstond in het begin van de twintigste eeuw als een vooruitstrevende kunststroming die kunst, technologie en maatschappelijke vernieuwing met elkaar wilde verbinden. Kunstenaars geloofden dat hun werk kon bijdragen aan een betere en modernere samenleving. Strakke geometrische vormen, functionaliteit en een optimistisch geloof in vooruitgang stonden centraal binnen deze beweging.
Toch kwam het constructivisme vanaf de jaren dertig steeds meer onder druk te staan. De politieke situatie in Europa werd steeds instabieler. Economische crises, sociale spanningen en de opkomst van totalitaire regimes zorgden ervoor dat de idealen van veel avant-gardistische kunstenaars steeds minder ruimte kregen. In landen als Duitsland werden moderne kunststromingen door het nationaalsocialistische regime veroordeeld als "ontaarde kunst". Veel kunstenaars verloren hun positie, werden gecensureerd of zagen zich gedwongen te emigreren.
Ook in de Sovjet-Unie, waar het constructivisme oorspronkelijk veel invloed had gehad, veranderde het politieke klimaat drastisch. De overheid stelde steeds strengere eisen aan kunst en cultuur. Het socialistisch realisme werd de officiële kunststijl, waardoor abstracte en experimentele stromingen zoals het constructivisme naar de achtergrond verdwenen.
De toenemende politieke spanningen in Europa en de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog maakten een einde aan veel internationale samenwerkingen tussen kunstenaars. Het idealistische geloof in een nieuwe, rationele wereld werd overschaduwd door nationalisme, propaganda en conflict.
Hoewel het constructivisme als actieve beweging grotendeels verdween, bleven de ideeën ervan voortleven. De invloed is nog altijd zichtbaar in architectuur, grafisch ontwerp, industriële vormgeving en moderne kunst. Daarmee verdween de beweging zelf, maar niet haar nalatenschap.
Typerende kunstenaars van het constructivisme:
- Theo van Doesburg;
- Alexandra Exter;
- Naum Gabo;
- El Lissitzky;
- Lászió Moholy-Nagy;
- Ben Nicholson;
- Victor Pasmore;
- Alexander Rodchenko;
- Varvara Stepanova;
- Vladimir Tatlin;
- Georges Vantongerloo.
| Waar kunstenaars zich thuis voelen |
