KUNSTSTROMINGEN | Dadaïsme
Een ongrijpbare stroming die nergens heen bewoog
Veel invloed op latere bewegingen en het nihilisme
Een ideaal uitgangspunt dus, waar je alle kanten mee uit kunt. Als iets tegelijkertijd zowel alles als niets kan zijn kun je je nooit een buil vallen. Want je legt je nergens meer vast. Door het ontbreken van een duidelijke definitie en afbakeningen is het dus ook moeilijk om achteraf te constateren waar de stroming van het dadaïsme nu eigenlijk voor stond. Wat daarbij een beetje helpt, is dat wel veel meningen zijn waar het dadaïsme NIET voor stond. Deze kunstrichting was bijvoorbeeld anti-artistiek. Wel stonden de dadaïsten een radicale politiek voor. Maar die politiek mocht beslist niet naar de gevestigde parlementaire normen gevormd worden.
Soms waren de uitingen van het dadaïsme ook domweg kinderachtig. Ze waren dan niet meer dan een al dan niet geslaagde poging om grappig te zijn. Dat opvallen voor vele kunstenaars een belangrijk aspect van het dadaïsme was, is wel duidelijk.
Start van de beweging in Zürich en New York
De beweging van het Dadaïsme is begonnen rond 1916 in Zürich in het cabaret "Voltaire" waar Hans Arp, Hugo Ball. Tristan Tzara zich aaneensloten tot de eerste dadaïstische beweging. Vrijwel gelijktijdig kwam ook in New York een dadaïstische beweging van de grond. De geest van dada was uit de fles.Groei en verspreiding van het dadaïsme
De uitgangspunten van het dadaïsme
Het dadaïsme was een revolutionaire kunststroming die ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog, rond 1916. De beweging kwam voort uit een diep gevoel van onvrede over de oorlog, de politiek en de maatschappij. Veel kunstenaars waren ervan overtuigd dat de bestaande culturele en maatschappelijke waarden hadden gefaald. Volgens hen had juist het geloof in vooruitgang, rationaliteit en orde mede geleid tot de verwoestingen van de oorlog. Daarom besloten zij om de traditionele kunst en haar regels radicaal ter discussie te stellen.
Een van de belangrijkste uitgangspunten van het dadaïsme was de afwijzing van gevestigde normen en waarden. Dadaïsten vonden dat kunst niet gebonden hoefde te zijn aan schoonheid, vakmanschap of logica. Integendeel, zij gebruikten juist absurditeit, chaos en provocatie om hun boodschap over te brengen. Kunst mocht verwarren, choqueren en vragen oproepen.
Toeval speelde binnen het dadaïsme een grote rol. Kunstenaars maakten gebruik van willekeurige combinaties van woorden, beelden en materialen. Hierdoor ontstonden werken die vaak verrassend en onvoorspelbaar waren. Het creatieve proces was soms belangrijker dan het uiteindelijke resultaat. Door het toeval een plaats te geven in de kunst wilden dadaïsten aantonen dat niet alles controleerbaar of rationeel hoefde te zijn.
Daarnaast stond experiment centraal. Dada-kunstenaars gebruikten nieuwe technieken zoals collage, fotomontage, assemblage en performance. Vrijwel elk materiaal kon onderdeel worden van een kunstwerk. De grens tussen kunst en dagelijks leven werd bewust vervaagd.
Een ander belangrijk uitgangspunt was kritiek op autoriteit. Het dadaïsme richtte zich niet alleen tegen traditionele kunstinstellingen, maar ook tegen politieke, sociale en culturele machtsstructuren. Kunst werd ingezet als middel om bestaande overtuigingen aan te vallen en mensen aan het denken te zetten.
Hoewel het dadaïsme relatief kort bestond, heeft het een enorme invloed gehad op latere kunststromingen zoals het surrealisme, de conceptuele kunst, performancekunst en hedendaagse installatiekunst. De geest van experiment, vrijheid en kritiek die het dadaïsme kenmerkte, leeft nog altijd voort in de moderne kunst.
Het gebruik van choquerende effecten
Toeval en onzin speelden bij dadaïsme belangrijke rollen
In feite deed men meestal maar wat. Toeval en pure onzin speelden een grote rol bij het tot stand komen van kunstwerken. Ook was het populair om alledaagse voorwerpen tot kunst te benoemen en er een expositie van te organiseren. Een goed voorbeeld daarvan was de urinoir van Marcel Duchamp dat als een van de meest toonaangevende kunstwerken van het Dadaïsme wordt beschouwd. Het uitgangspunt was eenvoudig. Als een kunstenaar zei, dat iets kunst was, dan was het kunst. Lag het in een museum, dan was het helemaal kunst geworden.De relatie tussen het dadaïsme en het nihilisme
Het dadaïsme wordt vaak in verband gebracht met het nihilisme, omdat beide stromingen bestaande overtuigingen, tradities en zekerheden ter discussie stellen. Toch zijn ze niet hetzelfde. Om de relatie tussen beide goed te begrijpen, is het belangrijk eerst te kijken naar wat nihilisme precies inhoudt.
Nihilisme is een filosofische stroming die ervan uitgaat dat er geen absolute waarheden, vaste waarden of universele betekenissen bestaan. Nihilisten betwijfelen of begrippen zoals waarheid, moraal, schoonheid en maatschappelijke orde een objectieve basis hebben. In zijn meest extreme vorm stelt het nihilisme dat het leven geen inherente betekenis heeft en dat veel menselijke overtuigingen uiteindelijk willekeurig zijn.
De Eerste Wereldoorlog was een periode waarin miljoenen mensen omkwamen en het vertrouwen in politiek, wetenschap en cultuur ernstig werd beschadigd. Veel kunstenaars zagen hoe de beschaafde wereld, die zich op rede en vooruitgang beroemde, toch in een vernietigende oorlog was beland. Daardoor verloren zij hun geloof in veel traditionele waarden.
In dat opzicht vertoont het dadaïsme duidelijke nihilistische trekken. Dada-kunstenaars verwierpen gevestigde normen, spotten met autoriteiten en maakten kunst die bewust absurd, chaotisch en soms zelfs zinloos leek. Zij wilden aantonen dat de bestaande maatschappelijke en culturele systemen niet zo logisch en betrouwbaar waren als vaak werd beweerd.
Toch was het dadaïsme niet puur nihilistisch. Waar het nihilisme soms uitkomt bij de conclusie dat niets betekenis heeft, probeerden dadaïsten juist nieuwe manieren van denken en creëren te ontdekken. Hun provocaties waren bedoeld om mensen wakker te schudden en aan het denken te zetten. Achter de schijnbare chaos schuilde vaak een kritische boodschap.
Het dadaïsme gebruikte dus nihilistische ideeën als wapen tegen een wereld die volgens de kunstenaars had gefaald. Door bestaande waarden af te breken, wilden zij ruimte maken voor nieuwe vormen van kunst, vrijheid en creativiteit. Daarmee was het dadaïsme niet alleen een beweging van vernietiging, maar ook van vernieuwing.
De relatie tussen het dadaïsme en de conceptuele kunst
Het dadaïsme en de conceptuele kunst behoren tot verschillende perioden in de kunstgeschiedenis, maar er bestaat een duidelijke inhoudelijke relatie tussen beide stromingen. Veel ideeën die later centraal zouden staan binnen de conceptuele kunst vinden hun oorsprong in het dadaïsme van het begin van de twintigste eeuw.
Het dadaïsme ontstond tijdens de Eerste Wereldoorlog als reactie op de maatschappelijke chaos en de gevestigde orde. Dada-kunstenaars vonden dat traditionele kunst haar betekenis had verloren. Zij keerden zich tegen vaste regels, academische opvattingen en het idee dat kunst vooral mooi moest zijn. In plaats daarvan stelden zij vragen over wat kunst eigenlijk is en wie bepaalt wat als kunst wordt beschouwd.
Een van de belangrijkste figuren binnen deze ontwikkeling was Marcel Duchamp. Met zijn beroemde readymades, zoals een alledaags voorwerp dat als kunstwerk werd gepresenteerd, verlegde hij de aandacht van het kunstobject naar het idee achter het kunstwerk. Daarmee legde hij een fundament voor de conceptuele kunst.
Binnen de conceptuele kunst, die vooral vanaf de jaren zestig grote bekendheid kreeg, staat het idee centraal. Het fysieke kunstwerk is vaak minder belangrijk dan het concept dat eraan ten grondslag ligt. Kunstenaars onderzoeken thema's, vragen en gedachten, waarbij de uitvoering soms zelfs van ondergeschikt belang is.
Juist hierin ligt de sterke verbinding met het dadaïsme. Beide stromingen stellen traditionele opvattingen over kunst ter discussie. Ze richten zich niet in de eerste plaats op schoonheid, techniek of vakmanschap, maar op betekenis, context en interpretatie. De kijker wordt uitgenodigd om na te denken over de bedoeling van het werk en over de rol van kunst in de samenleving.
Hoewel het dadaïsme vaak speelser, provocerender en chaotischer was dan de conceptuele kunst, delen beide stromingen de overtuiging dat een idee op zichzelf al een kunstwerk kan zijn. Daardoor wordt het dadaïsme vaak beschouwd als een van de belangrijkste voorlopers van de conceptuele kunst.
Typerende kunstenaars van het dadaïsme
- Jean Arp;
- Giorgio de Chirico;
- Theo van Doesburg;
- Marcel Duchamp;
- Max Ernst;
- Hannah Hoch;
- Francis Picabia;
- Kurt Schwitters.
