De Nederlandse Groep Nul
Kunst zonder emotie, maar vol ritme en structuur
De meest vernieuwende kunststroming van de jaren zestig van de vorige eeuw
De Nederlandse Nul-beweging was een van de meest vernieuwende kunststromingen van de jaren zestig. Waar veel kunstenaars na de Tweede Wereldoorlog juist werk maakten vol emotie, spontaniteit en persoonlijke expressie, koos Groep Nul voor het tegenovergestelde: rust, herhaling, objectiviteit en eenvoud. De kunstenaars wilden af van het romantische idee van de kunstenaar als genie en zochten naar een nieuwe, zakelijke beeldtaal die aansloot bij de moderne samenleving.
De beweging ontstond officieel rond 1960 en bestond uit kunstenaars als Jan Schoonhoven, Armando, Henk Peeters, Jan Henderikse en korte tijd ook Herman de Vries. De groep kwam voort uit de Nederlandse Informele Groep, maar zette zich juist af tegen de wilde en expressieve schilderkunst van die periode.
Een nieuwe start: “nul”
De naam “Nul” verwees naar een nieuw begin. Net als de Duitse ZERO-beweging wilde men als het ware teruggaan naar nul om opnieuw te beginnen. Kunst moest volgens deze kunstenaars niet langer draaien om gevoelens of persoonlijke emoties, maar om structuur, licht, ritme en materiaal. Daarbij ontstonden nauwe contacten met internationale kunstenaars zoals Heinz Mack, Otto Piene, Günther Uecker en Lucio Fontana.
Kenmerkend voor de Nul-kunst waren herhaling, monochromie en het gebruik van industriële materialen. Veel werken bestaan uit identieke vormen die eindeloos lijken door te lopen. Wit speelde een belangrijke rol, omdat kleur volgens de kunstenaars te emotioneel kon zijn. Ook wilden zij het handschrift van de kunstenaar zoveel mogelijk uitwissen.
Jan Schoonhoven: meester van het witte reliëf
Binnen Groep Nul groeide Jan Schoonhoven uit tot een van de bekendste kunstenaars. Schoonhoven werkte overdag gewoon bij de PTT in Delft en maakte zijn kunstwerken ’s avonds thuis. Hij stond bekend om zijn strakke witte reliëfs van karton, papier-maché en hout. Door de herhaling van geometrische vormen ontstond een subtiel spel van licht en schaduw. Zijn werken lijken eenvoudig, maar hebben een bijna meditatieve werking.
Schoonhoven wilde een “objectief neutrale weergave van de werkelijkheid” creëren. Daarom gebruikte hij vrijwel altijd wit. Het ging hem niet om persoonlijke emotie, maar om orde, ritme en structuur. Juist die soberheid maakte zijn werk internationaal invloedrijk. Tegenwoordig behoren zijn reliëfs tot de hoogtepunten van de Nederlandse naoorlogse kunst.
Materialen uit het dagelijks leven
Ook andere kunstenaars binnen Groep Nul gebruikten opvallende materialen. Henk Peeters werkte bijvoorbeeld met watten, veren en kunststof, terwijl Jan Henderikse alledaagse objecten zoals kurken, muntjes en blikjes verzamelde in grote repetitieve composities. Het gewone leven werd zo onderdeel van de kunst.
De beweging organiseerde belangrijke tentoonstellingen in het Stedelijk Museum Amsterdam en werkte samen met internationale ZERO-kunstenaars. Daarmee kreeg de Nederlandse avant-garde een belangrijke plaats binnen de internationale moderne kunst van de jaren zestig.
Invloed van Groep Nul
Hoewel Groep Nul slechts enkele jaren actief was, bleef de invloed groot. De nadruk op minimalisme, serialiteit en industriële materialen liep vooruit op latere stromingen zoals Minimal Art en Conceptuele Kunst. Tegenwoordig worden kunstenaars van Groep Nul wereldwijd tentoongesteld en gewaardeerd. Vooral het werk van Jan Schoonhoven geldt als een belangrijk hoogtepunt binnen de Nederlandse moderne kunstgeschiedenis.
| Waar kunstenaars zich thuis voelen |