woensdag 10 juni 2026

De Nederlandse Informele Groep

 

De Nederlandse Informele Groep


Vrije schilderkunst als reactie op een veranderende wereld


Een invloedrijke kunststroming die ontstond in de jaren vijftig

De Nederlandse Informele Groep was een invloedrijke kunststroming die ontstond in de jaren vijftig en een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling van de moderne Nederlandse kunst. De kunstenaars binnen deze groep wilden afrekenen met traditionele schilderkunst en zochten naar meer vrijheid, spontaniteit en directe expressie. Hun werk vormde een overgang tussen het expressieve Cobra-tijdperk en de meer zakelijke benadering van de latere Nul-beweging.

De Informele Groep werd officieel opgericht in 1958 en bestond uit kunstenaars als Kees van Bohemen, Armando, Jan Schoonhoven, Henk Peeters, Jan Henderikse en Herman de Vries. Hoewel deze kunstenaars later ieder hun eigen richting zouden kiezen, deelden zij in deze periode een sterke interesse in experimentele schilderkunst en nieuwe materialen. (rkd.nl)

Een kunst van spontaniteit en materie

De term “informeel” verwijst naar kunst zonder vaste vorm of strakke compositie. Binnen de Informele Groep stond niet het onderwerp centraal, maar het schilderproces zelf. Verf werd dik aangebracht, gekrast, gegooid of uitgesmeerd. Het oppervlak van het schilderij kreeg daardoor een bijna tastbare structuur. Kunstenaars experimenteerden met zand, cement, hout, gips en andere materialen om reliëf en textuur te creëren.

Deze manier van werken sloot aan bij internationale stromingen zoals Art Informel, Tachisme en Abstract Expressionisme. Net als kunstenaars in Frankrijk en de Verenigde Staten wilden Nederlandse informelen directe emoties en energie zichtbaar maken in hun werk. Toch bleef hun stijl vaak soberder en minder explosief dan die van bijvoorbeeld de Amerikaanse action painters. (kunstbus.nl)

Armando en de kracht van materie

Een van de opvallendste kunstenaars binnen de Informele Groep was Armando. In zijn vroege werk gebruikte hij dikke zwarte verfpartijen en ruwe structuren om spanning en kracht uit te drukken. Zijn schilderijen hadden vaak een donkere, bijna dramatische sfeer die verwees naar herinneringen aan oorlog en geweld.

Ook Jan Schoonhoven maakte aanvankelijk informeel werk voordat hij overstapte naar zijn beroemde witte reliëfs binnen Groep Nul. In zijn vroege schilderijen zijn al duidelijke ritmische structuren zichtbaar die later een belangrijk kenmerk van zijn werk zouden worden.

Henk Peeters en Jan Henderikse ontwikkelden zich eveneens vanuit de informele schilderkunst richting experimenten met objecten en alledaagse materialen. Daarmee vormde de Informele Groep een belangrijke voedingsbodem voor vernieuwende kunst in de jaren zestig.

Internationale invloeden

Na de Tweede Wereldoorlog groeide de behoefte aan een nieuwe artistieke taal. Kunstenaars wilden loskomen van academische regels en traditionele schoonheid. Parijs bleef een belangrijk centrum voor moderne kunst, maar ook New York kreeg steeds meer invloed. Nederlandse kunstenaars reisden naar het buitenland, bezochten tentoonstellingen en kwamen in contact met internationale avant-garde-bewegingen.

De Informele Groep sloot aan bij deze internationale ontwikkelingen, maar gaf er een eigen Nederlandse invulling aan. De combinatie van soberheid, experiment en aandacht voor materiaal maakte de beweging uniek binnen Europa.

Van Informeel naar Nul

De Nederlandse Informele Groep bestond slechts enkele jaren, maar had grote invloed op de ontwikkeling van de moderne kunst in Nederland. Rond 1960 ontstond uit deze kring de beroemde Groep Nul. Waar de Informele Groep draaide om spontaniteit en materiële expressie, koos Nul juist voor orde, herhaling en objectiviteit.

Toch vormde de informele periode een essentieel experiment. Kunstenaars leerden grenzen loslaten, nieuwe materialen gebruiken en traditionele schilderkunst heroverwegen. Daardoor werd de weg vrijgemaakt voor vernieuwende stromingen zoals Minimal Art, Conceptuele Kunst en de ZERO-beweging.

Vandaag geldt de Nederlandse Informele Groep als een belangrijk hoofdstuk in de naoorlogse kunstgeschiedenis. Musea en verzamelaars waarderen de werken vanwege hun experimentele karakter en hun rol in de overgang naar de radicale moderne kunst van de jaren zestig.

 










 LEES JIJ JETJE'S DAG OOK AL?


 

Waar kunstenaars zich thuis voelen